Home Bovenbouw Beeldende vorming Lente: Teken een tulpenveld in perspectief
|
|
Lente: Teken een tulpenveld in perspectief |
|
|
Inleiding: 
De kinderen krijgen vooraf allemaal een wit A4 papier, een lineaal en een grijs potlood. Vraag aan de kinderen hoe je in een tekening kunt laten zien dat er ruimte in zit. Als perspectief genoemd wordt, kun je daar op in gaan. Wordt het niet genoemd, noem dit begrip dan zelf. Om te oefenen krijgen de kinderen de volgende opdracht: houd je lineaal, potlood of pen vlak bij je oog en kijk er vlak langs. Probeer hem goed in je op te nemen. Hoe ziet hij eruit? De kinderen zullen waarschijnlijk constateren dat hij schuin af lijkt te lopen en aan de achterkant kleiner is. Vervolgens vertel je over de horizon en dat er waar je ook kijkt altijd een verdwijnpunt is. Hierna krijgen de kinderen een tweede opdracht. Hierbij hebben ze het vel papier nodig. Ze tekenen een punt in het midden van het blad. Dan tekenen ze een lijn vanuit de 2 benedenhoeken van het blad. Dit is de weg. Wat gebeurt er met de weg? (ze wordt kleiner, verder weg) Vervolgens tekenen ze bomen langs de weg. Wat gaat er dus met de bomen gebeuren? (die worden ook kleiner) Eventueel kan de tekening nog verder worden opgevuld.
Kern:
Laat nu platen zien van tulpenvelden in de lente. Herken je hier de perspectieflijnen? En hoe staan de tulpen in de tekening? Herkennen de kinderen de overeenkomst met de bomen op de oefentekening? Deel nu een wit tekenvel en viltstiften uit. De kinderen gaan een tulpenveld tekenen in perspectief. Eerst maken ze een schets met grijs potlood, daarna kleuren ze de tekening in met viltstift.
Afsluiting:
Hang alle werkstukken op in de klas. Laat de kinderen de tekeningen van elkaar bekijken. Hoe zijn ze geworden? Wat vonden de kinderen lastig? Hoe hebben ze dat opgelost? Wat vonden ze juist heel gemakkelijk? Hebben alle tekeningen een horizon? Zijn de beelden voorop de tekening groter dan de beelden die veraf staan?
|
|