Home Onderbouw Gym Koninginnedag: De koning gaat marcheren
|
|
Koninginnedag: De koning gaat marcheren |
|
|
Inleiding: De kinderen zitten op een bank. Verdeel de klas in 2 groepen. De ene groep zijn de prinsen, de andere groep de prinsessen (of kies andere woorden die met koninginnedag te maken hebben) Dit spel is een variant op “ratten en raven”. De kinderen gaan in het midden van de zaal in 2 rijen tegenover elkaar staan. De leerkracht vertelt een verhaal. Bijvoorbeeld: Heel lang geleden, leefden er in een kasteel hier ver vandaan een koning. De koning had veel dochters, die waren de prinsessen. Als de kinderen het woord prinsessen horen, moeten de prinsessen heel hard naar de overkant van de zaal rennen. De prinsen moeten proberen ze hierbij af te tikken. Lukt dit, dan krijgen ze 1 punt. Vervolgens gaan de kinderen weer terug naar het midden van de zaal. Het verhaal gaat verder. De prinsessen (weer rennen de kinderen naar de overkant en proberen de prinsen ze te tikken) moeten van de koning op zoek gaan naar een heleboel prinsen. Ditmaal rennen de prinsen weg, en proberen de prinsessen ze te tikken. En dus organiseert de koning een bal voor de prinsessen. Ze nodigen alle prinsen uit het hele land uit. De koning hoopt dat de prinsessen zo allemaal zullen trouwen. En gelukkig lukt dat. De prinsen zijn knap en lief en de prinsessen vallen als een blok voor ze. En zo loopt het allemaal toch nog goed af!
Kern: Het volgende zangspel is “De koning gaat marcheren”. Hiervoor staan de kinderen in tweetallen in een lange rij. Leer de kinderen het liedje en de dans aan. Na de laatste 'honderdduizend man' roept je 'en sta stil', het klappen volgt. Tijdens het klappen gaat de leerkracht tussen de rijen door naar achteren; dit noem je het straatje. Daarna ga je vooraan lopen; bij iedere 'O, Rozalina' laat je de twee voorsten de handen vastpakken; dit tweetal wordt door de rij naar achteren gestuurd. Als de kinderen het liedje en het dansje kennen, kan het zangspel beginnen. De kinderen stappen in omgangsbaan door de zaal. Bij 'O, Rozalina' staat de hele rij stil. Er wordt een straatje gemaakt. Iedereen klapt op de maat in de handen. Op het eerste 'O, Rozalina' gaat het voorste tweetal in zij - waartse galop door de straat en sluit achter in de rij aan. Op het tweede 'O, Rozalina' gaat het volgende tweetal in galoppas naar achteren en op het derde 'O, Rozalina' het tweetal dat daarop volgt. Als het lied uit is sluit de straat zich. De rij gaat weer op stap met een nieuw tweetal voorop. Speel het spel een paar keer, in elk geval tot iedereen een keer door de straat geweest is.
Afsluiting:
Zorg vooraf voor een kroon en een koningsmantel. De kinderen zitten in een kring op de grond. Één kind zit in het midden en krijgt een blinddoek om. De leerkracht wijst een kind aan dat de mantel aantrekt en het kroontje opzet. Vraag de “koning” naar het kind toe te lopen. Welke koning staat er voor je? Als het geraden wordt, mag dat kind de volgende blindeman aanwijzen. Herhaal het spel een paar keer.
|
|