Inleiding: 
Begin een gesprekje over de zomer. Waar denken de kinderen aan bij dat woord? Maak op het bord een woordspin. Als de kinderen “aardbeien” noemen ga je daar verder op in, anders benoem je dat jij daar zelf aan denkt bij de zomer. Wie vindt aardbeien lekker? Hoe eten de kinderen die meestal? (met slagroom, met suiker, door de yoghurt, op brood, enz.) Neem een doosje echte aardbeien mee en laat ze aan de kinderen zien.
Kern:
De kinderen gaan zelf een aardbei maken van verschillende soorten rood en groen papier. Bekijk met de klas goed hoe een aardbei eruit ziet. Kijk naar de vorm, die is vaak een beetje grillig, maar eigenlijk altijd wat breder van boven en loopt in een puntje naar onderen. Bovenop zit een groen kroontje. Bekijk met de kinderen hoe dit er van de zijkant uitziet. Ze gaan de aardbei namelijk op het platte vlak maken, dus is het straks een zijaanzicht. Hiervoor knippen ze eerst een aardbeivorm uit stevig karton. Vervolgens pakken ze allerlei soorten rood papier, bijvoorbeeld sitspapier, crêpepapier, vloeipapier, vouwblaadjes, enz. Uit dit papier scheuren ze kleine stukjes, die ze vervolgens op de aardbeivorm plakken. Die stukjes mogen best een beetje uitsteken, dat geeft juist een leuk effect. Als dit af is, pakken ze allerlei soorten groen papier en scheuren ook hier weer stukjes van voor het kroontje.
Afsluiting:
De aardbeien worden opgehangen. Kijk met de kinderen hoe ze geworden zijn. Is het gelukt om ze een grillige vorm te geven en een bobbelig uiterlijk? Deel hierna de schoongemaakte aardbeitjes uit aan de kinderen, doe er wat suiker of slagroom op en... smullen maar!
|