Home Middenbouw Taal Algemeen: Nonsensgedicht
|
|
Algemeen: Nonsensgedicht |
|
|
Inleinding: 
Schrijf het volgende gedicht op het bord:
Ozewieze wo ze wieze walla kristalla kristo zewieze wo ze wieze wies wies wies wies
Waar gaat dit gedicht over? De kinderen zullen het niet weten. Vertel ze dat dat klopt, we noemen dit ook een Nonsensgedicht. Nonsens zijn woorden die eigenlijk niks betekenen of die nergens over gaan. Waarom klinkt dit nonsensgedicht zo prettig in de oren? (dit komt door de herhalingen, delen van woorden worden steeds herhaald) Er zitten veel rijmwoorden in het gedicht en er wordt gebruik gemaakt van beginrijm zoals wieze walla en kristalla kristo.
Kern:
Geef de kinderen de eerste zin van een nonsensgedicht. Vraag ze om het verder af te maken. De zin zou bijvoorbeeld kunnen zijn:
O boediebee.....
Deel lijntjes papier uit waar de kinderen hun gedicht op kunnen schrijven. Als het af is, gebruiken ze het werkblad om hun gedicht netjes op te schrijven en er iets bij te tekenen.
Afsluiting:
Een aantal kinderen mogen om beurten voor de klas komen om hun gedicht voor te lezen. Hoe is het geworden? Loopt het gedicht goed, leest het gemakkelijk voor? Waarom wel of waarom niet? Waar dacht je aan toen je het gedicht maakte? Wat vond je moeilijk en wat juist heel gemakkelijk? Ter afsluiting kan het eerste gedicht "Ozewiezewoze" ook als lied gezongen worden.
|
|