Inleiding: 
Lees uit "Het grote versjesboek" van Marianne Busser & R. Schroder het volgende gedichtje voor:
De winter is voorbij
De tuin staat vol met bloemen heb jij ze al gezien? en weetje ook hoeveel er staan? wel vijf of zes misschien? er vliegen kleine beestjes en weet je wat die doen? ze geven elke bloem vandaag een hele dikke zoen
En waarom doen die beestjes dat?
waarom zijn ze zo blij? gewoon-omdat het lente is de winter is voorbij!
Praat kort met de kinderen na over het gedichtje. Waar ging het over? Over welk seizoen gaat het? (Lente) En die kleine beestjes, wat zijn dat? (bijen). Wat doen die eigenlijk als ze de bloemen een zoen geven? (nectar uit de bloemen halen)
Kern:
De kinderen krijgen allemaal een lichtgroen A4 papier met daarop het werkblad gekopieerd. Je kunt het de kinderen ook zelf laten doen. De kinderen knippen het groene papier over de lijntjes in. Er ontstaan zo stroken van ongeveer 1,5 cm breed. Vervolgens rollen ze het papier op en plakken het aan de uiteinden vast, zodat er een soort vaasje ontstaat. de grassprieten of bloemstengels bengelen nu naar buiten. Deel als laatste gekleurd papier uit. Hiervan maken de kinderen bloemen, die ze bovenaan op de stengels plakken. Uiteindelijk hebben ze een vaasje met bloemen, of bloemen die in het gras staan. Dit kun je zelf invullen.
Afsluiting:
Zet alle werkstukken op de lente-tafel. Bekijk ze samen met de kinderen. Hebben ze bestaande bloemen gemaakt? Welke bloemen herkennen de kinderen? Zing eventueel nog een lenteliedje om de les met de kinderen af te sluiten.
|