Inleiding:
Neem slippers mee naar school, het liefst een paar verschillende soorten. Je kunt ook
platen van lippers laten zien. Vraag de kinderen wat het zijn. Wanneer trek je slippers aan? (op de camping, als je naar het strand gaat, als het heel warm is) Wie heeft er thuis ook slippers? Hoe zien die er uit? Hoe vaak heb je ze aan? Vind je ze fijn lopen? Waarom wel of niet? Kun je op slippers hard rennen? Doe je graag slippers aan als je tikkertje gaat doen? Hoe komt dat?
Kern:
De kinderen gaan nu zelf slippers maken. Uit (bruin) papier knippen ze de zolen. Maak eventueel een voorbeeldje om de grootte aan te geven. Van een andere kleur papier knippen ze 2 korte stroken met aan weerszijden een plakrandje, zodat ze de bovenkanten van de slippers eenvoudig aan de zool kunnen vastplakken. Dan gaan ze de slippers verder afmaken. De bovenkanten maken ze door ze te versieren met patronen die ze met viltstift maken. Bijvoorbeeld door eerst een regel met kruisjes te schrijven, vervolgens een regel met rondjes, dan driehoekjes, enz. Je krijgt dan een grappig effect. Bijvoorbeeld zo:
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
ooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooooo
----------------------------------------------------------------------------------------------
**********************************************************************************************
^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^
Benadruk dat de slippers precies hetzelfde moeten zijn, want je koopt in een winkel tenslotte ook geen 2 verschillende slippers.
Afsluiting:
De slippers worden in paren op de muur gehangen, bijvoorbeeld boven de zomertafel of de vakantietafel. Bekijk met de kinderen de verschillende slippers. Welke patronen zijn er gebruikt in de versiering van de bovenkanten? Zijn de paren precies hetzelfde? Hoe komt dat? Welke slippers zou je kopen als je ze in de winkel zou zien liggen?