Inleiding:
De kinderen zitten in een kring. Begin met voorlezen van het boek: "Het vervelende lieveheersbeestje" van Eric Carle.
Het vervelende lieveheersbeestje doet niets liever dan ruziemaken, maar zo maak je natuurlijk geen vrienden.
Het vervelende lieveheersbeestje zegt nooit alsjeblieft of dankjewel. Hij wil met niemand delen en maakt met iedereen ruzie. Dat je zo geen vrienden maakt, daar is hij aan het eind van het verhaal wel achter. Maar dit boek is meer dan een origineel en humoristisch verhaal. Eric Carle heeft er ook begrippen als groot en klein en het voorbijgaan van de tijd in verwerkt.
Praat met de kinderen na over het verhaal. Waar ging het over? Heb jij ook wel eens ruzie? Waarover dan? Hoe vind je dat? Over welk dier gaat dit boek? Heb je wel eens een lieveheersbeestje gezien? Wat voor kleur was die? Bestaan er ook andere kleuren? Hoeveel stippen heeft een lieveheersbeestje? (dat is verschillend, sommige hebben er maar 2, andere wel 11!) Wat zie je nog meer aan een lieveheersbeestje? (poten, antennes, 2 vleugels, een kop) Hoeveel poten heeft een lieveheersbeestje? (6)
Kern:
De kinderen gaan nu zelf een lieveheersbeestje maken. Hiervoor krijgen ze allemaal een groot zwart rondje. Dit knippen ze tot halverwege in, de randjes plakken ze aan elkaar vast. Zo ontstaat er een soort hoedje. Vervolgens krijgen ze een rood rondje. Dit knippen ze door de helft. Met een splitpen verbinden ze deze 2 helften aan het zwarte rondje. De splitpennen komen zoveel mogelijk in het midden te zitten. Het lieveheersbeestje heeft nu vleugels, maar zijn kop is niet te zien. Daarom knippen ze uit de vleugels een driehoek. Op de vleugels maken ze met zwarte stift stippen (2, 7 of 11) en op de zwarte kop wordt van wit papier 2 ogen gemaakt. Daarna maken ze van zwart papier nog antennes en poten.
Afsluiting:
Zet de lieveheersbeestjes op de zomertafel in de klas. Bekijk samen met de kinderen de werkstukken. Zit alles van het lieveheersbeestje erop? Bekijk dit aan de hand van een foto van een echt lieveheersbeestje. Hebben ze poten, antennes, ogen, stippen, enz. Deel daarna het werkblad met de puzzel uit. De kinderen kunnen dit op karton opplakken, inkleuren, uitknippen en de puzzel proberen te maken.
|