|
|
|
Circus: Circustentje |
|
|
Inleiding: 
Praat met de kinderen over het circus. Wat zie je er allemaal? Wie is er wel eens geweest? Hoe was dat? Wat vond je het leukste? Hoe ziet een circustent eruit? Laat platen zien van verschillende circustenten.
Kern:
Leg voldoende papier neer in felle kleuren, bijvoorbeeld wit, rood, geel en oranje. Zowel A4 papier als vouwblaadjes en rondjes. Vertel de kinderen dat ze een circustentje gaan maken. Vraag of ze al een idee hebben hoe ze dit kunnen maken? Er zullen verschillende oplossingen komen. Bijvoorbeeld eerst een koker maken van papier en daarna een rondje half inknippen, de vouwranden over elkaar heen plakken en dit op de koker bevestigen. Maar misschien zijn er nog andere goede ideeën. De tent moet in elk geval rond worden, strepen hebben en een ingang. Verder mogen de kinderen het op hun eigen manier maken.
Afsluiting:
Zet alle circustentjes voor de klas neer. Bekijk ze met de kinderen. Welke manier hebben ze gekozen om de tent in elkaar te zetten? Hoe hebben ze de ingang gemaakt? Welke kleuren hebben ze gekozen en waarom? Wie heeft er een vlaggetje bovenaan de tent gemaakt? Welke andere dingen hebben de kinderen er nog bij verzonnen?
|
|