Home Onderbouw Beeldende vorming Zomer: Een strandparasolletje
|
|
Zomer: Een strandparasolletje |
|
|
Inleiding: 
De kinderen zitten in een kring. Lees het prentenboek "Wie gaat er mee naar het strand" van Eve Tharlet voor.
Vijf dingen - op de vingers van een hand te tellen - moeten mee naar het strand. Maar wacht eens even, niet alles kan mee. Of toch?
Praat met de kinderen na over het verhaal. Waar ging het over? Wat moest er allemaal mee naar het strand? Lukte dat? Waarom wel of niet? Ben je ook wel eens naar het strand geweest? Wat nam jij allemaal mee? Als de kinderen nog een parasol nog niet hebben genoemd, begin je daar zelf over. Vertel dat je altijd snel verbrand en daarom graag onder een parasol zit. Hebben de kinderen thuis ook een parasol? Zitten ze daar wel eens onder? Hoe ziet hun parasol eruit? Gaat die ook mee naar het strand?
Kern:
Vertel de kinderen dat ze een parasol gaan maken. Ze krijgen allemaal een werkblad met de plattegrond van de parasol erop. De kinderen mogen de parasol gaan versieren. Dit kan met potlood of viltstift, maar ook met verf of stukjes gekleurd papier dat ze opplakken. Als ze klaar zijn knippen ze het parasolletje uit en plakken het vast op de plakranden. Door de punt een stukje af te knippen ontstaat er een gaatje. Als de kinderen hier een rietje of een stokje door steken is de parasol af. Met een rietje kan het in een glas worden gezet, maar je kunt er ook voor kiezen om het in een stukje klei te zetten. Dan kan de parasol blijven staan.
Afsluiting:
De parasolletjes worden op de zomertafel neergezet. Als je rietjes hebt gebruikt, kun je van limondade een cocktail maken en hier de parasol inzetten. De kinderen kunnen de limonade opdrinken. Sluit af met een kleurplaat over de zomer.
|
|