Inleiding: 
Lees het verhaal voor. Dit verhaal gaat over een meisje dat zelf een brief wil sturen naar haar oma. Ze denkt er eigenlijk een beetje gemakkelijk over, ze merkt al snel dat er veel bij komt kijken. In het verhaal staat de hele reis van een brief beschreven. De kinderen zitten tijdens het verhaal achter hun eigen tafel. Ze luisteren naar het verhaal. Hierna start je een klassengesprek over het verhaal. De volgende vragen kunnen aan bod komen: Hebben jullie wel eens een brief gestuurd? Is de brief ook aangekomen? Hoe weet je dat? Wel eens een brief gekregen? Waarom sturen mensen brieven? Is er denken jullie een verschil tussen het brieven sturen van vroeger en nu? Dan hang je het beeldmateriaal op het bord, in verkeerde volgorde. Nu gaan we eens bespreken welke weg een brief eigenlijk aflegt. In het verhaal hebben de kinderen de hele weg al een keer gehoord. Waar is het begin, welk plaatje komt dan? En wat gebeurt er op dat plaatje? Zo doe je dit met alle plaatjes. De juiste volgorde blijft op het bord hangen tijdens de les.
Kern:
De kinderen gaan nu een eigen brief schrijven. We gaan het eerst hebben over de brief zelf. Maak een woordspin op het bord. Met in het midden ‘Brief’. Dan wordt er klassikaal besproken wat er allemaal belangrijk is bij een brief schrijven. Er komen waarschijnlijk dingen aan bod als: postzegel, naam, adres, begin en einde van de brief, wat er in de brief staat etc. Dit hoeft niet lang te duren. De bedoeling is dat alle kinderen uiteindelijk een brief hebben geschreven. Ze mogen allemaal een brief schrijven aan iemand die in een andere stad woont. Dus bijvoorbeeld een tante, oom, neefje, nichtje, opa of oma. De brief moet ook echt opgestuurd worden. Je kunt niet zomaar een brief gaan schrijven, eerst moet je een aanhef bedenken. Bijvoorbeeld: Lieve oma, Beste tante Coby, Hallo Pieter, etc. Ook dit krijgt even aandacht in de klas. Hoe wordt een brief afgesloten? Bijvoorbeeld: Groetjes Sanne, Liefs Evelien, Kusjes Nicole, Tot snel, Marije, etc. Op het bord maak je even een lay-out van de brief, met aanhef en afsluiting. De kinderen gaan zelf aan de slag, ze mogen zelf weten wat ze allemaal in de brief schrijven. Het mag over het weekend gaan, over hun feestje, huisdier, noem maar op!
Afsluiting:
Als de brieven af zijn, weten ze waarschijnlijk niet het adres uit hun hoofd. Daarom moeten ze dat eerst thuis nog even vragen of opzoeken. Ook kun je de kinderen vragen zelf een postzegel mee te nemen. De les kan dan bijvoorbeeld ’s middags, of de volgende dag verder gaan. Laat de kinderen ervoor zorgen dat alle gegevens op de brief vermeld staan:
- Adres van degene voor wie de brief is op de envelop schrijven
- Eigen adres op de achterkant
- Postzegel opplakken (zorg dat je zelf ook postzegels mee hebt)
Als afsluiting van de les ga je met de kinderen naar de dichtstbijzijnde brievenbus en post je de brieven. Later kun je er nog op terug komen door te vragen of iemand een brief terug heeft gehad, of een reactie op zijn of haar brief. Als iemand een brief terug heeft gehad, laat deze dan meenemen. Achter deze lesbeschrijving zit nog een extra opdracht voor de kinderen die eerder klaar zijn. Eventueel zou je dit werkblad ook kunnen gebruiken als les. Er is ook beeldmateriaal bijgevoegd, deze kunt u gebruiken voor het bespreken van de juiste volgorde van de reis van een brief.
|