|
|
|
Indianen: Kano's |
|
|
Inleiding: 
Maak een woordspin op het bord over indianen. Waar denken de kinderen allemaal aan? (veren, tooi, vredespijp, wigwam, boogschieten, jagen, kano-varen, enz) Als de kinderen het kano-varen niet opnoemen, kun je vragen of ze weten waar de indianen in varen. Wie heeft er wel eens in een kano gezeten? Hoe was dat? Moet je er sterk voor zijn? (best wel, je krijgt snel last van je armspieren...) Hoe ziet een kano er uit? Met hoeveel mensen kun je er in zitten? (verschillend, ze zijn er voor 1 persoon maar ook voor 4 of 5 personen) Laat eventueel een plaatje zien van een kano.
Kern:
De kinderen gaan een kano maken. Hiervoor gebruiken ze stevig papier of golf karton. Ze knippen 2 dezelfde kano's uit, bijvoorbeeld door het papier dubbel te vouwen en dan uit te knippen. Dan maken ze van karton een tussenstukje, wat ze door middel van plakstrookjes aan de kano's bevestigen. Hierdoor kan de kano blijven staan. Van papier maken ze een indiaantje, dit plakken ze tegen de binnenkant van de kano aan. Zo lijkt het niet of de indiaan in de kano zit. Van korte prikkers maken ze roeispanen.
Afsluiting:
Maak een indianen-dorp op een knutseltafel. Hang op de muur platen van dingen die met indianen te maken hebben. Van blauw papier of stof maak je een vijver of rivier. Hier kun je alle kano's inzetten. Bekijk de werkstukken met de kinderen. Laat ze bedenken hoe de knutseltafel nog meer versierd kan worden rondom het thema indianen.
|
|