|
|
|
Herfst: Uilen |
|
|
Inleiding: 
Lees het prentenboek "Twee uilen en een flinke muis" voor van Bernhard Oberdieck & Udo Weigelt. Praat met de kinderen na over het verhaal. Wat gebeurt er? Wie heeft wel eens een uil in het echt gezien? Waar was dat? Wat eten uilen? (insecten en kleine dieren) Wie weet er wat een uilenbal is? (uilen eten een dier in zijn geheel op en spugen later een bal met botjes uit)
Kern:
De kinderen gaan nu zelf een uil maken. Hiervoor tekenen ze op bruin papier een uil, die ze daarna uitknippen. Je kunt ook een patroon gebruiken. Dan knippen ze uit wit, grijs, zwart en bruin papier veertjes. Dit kunnen halve rondjes zijn, die ze dakpansgewijs vanaf het midden van de uil naar beneden opplakken. De hele uit moet bedekt zijn. Van wit en zwart papier maken ze ogen en een snavel. De snavel mag ook ruimtelijk zijn, laat de kinderen hiervoor zelf een oplossing bedenken. Als laatste maken ze de poten van de uil. Aan de oren maken ze 2 gaatjes waar visdraad doorheen gaat.
Afsluiting:
De kinderen zoeken buiten stevige takken. Die worden in de klas opgehangen aan het plafond. De uilen worden aan de takken bevestigd door middel van het visdraad. Zo lijkt het net of de uilen op een boomtak zitten. Sluit de les af met een kleurplaat.
|
|