|
|
|
Kerst: Draadjeskerstbal |
|
|
Inleiding: 
Demp het licht, steek kaarsjes aan en lees een spannend
kerstverhaal voor. Praat in het kort met de kinderen na over het
verhaal. Vraag dan aan de kinderen of ze wel eens zelf kerstballen
hebben gemaakt. Zo ja, hoe hebben ze dat gedaan? Van welk materiaal?
Kern:
Vertel de kinderen dat ze een kerstbal van draadjes gaan maken.
Hiervoor krijgt iedereen een ballon. Deze blazen ze op, maar niet te
groot. Vervolgens smeren ze de ballon in met vaseline. Dan gaan ze
allerlei gekleurde draadjes (of chenilledraad) door het
behangplaksel halen en kris kras op de ballon leggen. Ze moeten lekker
veel draadjes gebruiken, hoe voller, hoe leuker het effect als de bal
klaar is. Eventueel strooien ze er na afloop nog wat glitter overheen.
Ze leggen de ballon te drogen op een afgesproken plek in de klas. Het
handigste is om de ballonnen op een jampot te zetten, want als ze op
een krant liggen blijft er vaak krant aan de ballon zitten. Als de
ballonnen droog zijn, prik je met een speld de ballon kapot. Omdat de
lijm op de draden hard is geworden, houden de draden hun ronde vorm.
Bevestig een touwtje aan de bovenkant van de draadjes bal en hij kan
worden opgehangen.
Afsluiting:
De kinderen maken van deze les een doe-tekst. Dus in een soort stripverhaal (zie werkblad)
tekenen en beschrijven ze kort hoe je zo'n draadjeskerstbal kunt maken.
Eventueel kun je één van deze doe-teksten gebruiken om in de
schoolkrant te zetten, zodat kinderen uit andere groepen het ook thuis
kunnen maken als het kerstvakantie is.
|
|