Home Middenbouw Taal Sprookjes: Hoe loopt het sprookje af?
|
|
Sprookjes: Hoe loopt het sprookje af? |
|
|
Inleiding: 
Praat eerst in de kring over kenmerken van sprookjes:
| - | De sprookjes spelen zich af op een onbekende plek. | | - | De sprookjes spelen zich af ergens in het verleden (er wordt niet duidelijk een tijd aangegeven). | | - | De personen en dieren in de verhalen kunnen dingen die in het echte leven niet kunnen (zijn fantasie). | | - | Vaak gaat een sprookje over een conflict of opdracht, waardoor een reeks van avonturen vol hindernissen moet worden beleefd, die de held of heldin tot eengoed einde moet zien te brengen. | | - | Vaak is de hoofdrolspeler in het sprookje iemand die achtergesteld is (bijvoorbeeld heel arm, of heel dom, of heel lelijk) waardoor hij of zij extra als held/heldin wordt beschouwd. | | - | Ze beginnen vaak met "Er was eens" en eindigen met "En ze leefden nog lang en gelukkig. |
Daarna lees je een stukje van het sprookje "De kikkerkoning" voor. Praat kort met de kinderen na over het verhaal. Laat ook een plaatje zien uit het verhaal. Hebben de kinderen een idee hoe het sprookje zou kunnen aflopen?
Kern:
De kinderen schrijven het sprookje af op een blaadje. Als het af is mogen ze het op de computer uitwerken onder het echte sprookje. Ze kunnen er vervolgens een plaatje bij tekenen. Kinderen die dat leuk vinden kunnen hun sprookje voordragen in de klas. Sommige kinderen zullen het echte sprookje misschien wel kennen en zullen dus aardig dicht in de buurt zitten bij het dat verhaal.
Afsluiting:
Lees ter afsluiting het echte sprookje nog eens voor, maar nu helemaal. Verzamel daarna alle sprookjes, maak een voor- en achterkant van karton en bindt ze bij elkaar met een ringetje. Als je dat niet hebt kun je ze ook aan elkaar nieten. Laat één van de kinderen op de voorkant tekenen. Zo hebben de kinderen hun eigen sprookjesboek.
|
|