|
|
|
Winter: Pinguïn |
|
|
Inleiding:
Begin met voorlezen van het prentenboek "Pit, de kleine pinguïn" van Marcus Pfister.
Pit, de kleine pinguïn, wil van alles: hij wil sierlijk
kunnen lopen of vliegen, net als de vogels die op een dag een
tussenlanding maken op de ijsvlakte waar Pit woont. Maar het lukt niet!
Elke keer komt Pit weer op zijn buik of zijn achterste terecht. Tot de
dag komt dat hij leert zwemmen. Stel wat vragen over het boek, vraag
aan de kinderen hoe een pinguïn er uit ziet. Schrijf eventueel wat
kenmerken op het bord.
Kern:
Zorg dat je een voorbeeldje klaar hebt om te laten zien. We
beginnen met het wc-rolletje. Dit wordt beplakt met wit papier.
Vervolgens maak je van krantenpapier een prop, de prop komt in de
wc-rol als hoofd van de pinguïn. Van zwart vloeipapier knip je een
rechthoek, net iets langer als het wc-rolletje en ongeveer 4
keer zo breed. Plak het vloeipapier over de prop krantenpapier heen en
aan weerskanten van de wc-rol vast. De prop is nu niet meer zichtbaar.
Op het gedeelte van het rolletje dat nog wit is, worden direct onder
het zwarte papier 2 ogen getekend. Van oranje papier knip je een
driekhoek als snavel, deze plak je onder de ogen. Ook kunnen er 2
oranje zwemvliezen geknipt worden als poten, die onderaan het rolletje
geplakt worden.
Afsluiting:
Leg op een kast of grote tafel een blauwe lap, met daarachter een
grijze of witte lap. Maak van piepschuim brokken ijs en verspreid die
net op de grens van het water en het ijs. Laat de kinderen hun pinguïn
tussen de ijsblokken zetten. Bekijk de pinguïns samen met de kinderen
en bespreek hoe ze eruit zien. Wat ging goed? Wat vond je moeilijk?
Welke problemen kwam je tegen en hoe heb je het opgelost?

|
|