Inleiding:
Begin met een kringgesprek over de winter. Wat hoort er allemaal bij de winter? Laat de kinderen zoveel mogelijk dingen opnoemen. Leg daarna diverse plaatjes die met de winter, herfst, voorjaar en zomer te maken hebben in het midden neer. Laat de kinderen sorteren wat bij de winter hoort, en wat bij de andere seizoenen.
Kern:
Lees het prentenboek "Kikker in de kou" van Max Velthuis voor.
Kikker bemerkt op een dag tot zijn schrik dat de wereld wit en koud is geworden. Hoewel zijn trouwe vrienden hem wijzen op alle pret die de winter met zich meebrengt, voelt Kikker zich hoe langer hoe ellendiger. Als hij bijna bevroren raakt, vangen zijn vrienden hem vol zorg en warmte op. Toch gaat het pas echt weer goed met hem, als de lente zich aandient. Het sfeervolle kleurgebruik, kenmerkend voor het boek, komt op het omslag al tot uitdrukking. Iedere illustratie vormt een schilderijtje op zich.
Praat met de kinderen over het boek. Waar ging het verhaal over? Wat vond kikker van de winter? Hoe kwam dat? Wie hielpen kikker toen hij bijna bevroren was? Wie weet er nog welke dieren in het verhaal voorkwamen?
Afsluiting:
Laat de kinderen in groepen zoveel mogelijk plaatjes uit tijdschriften knippen die met de winter te maken hebben en deze opplakken op een groot vel. Hang de vellen op in de klas boven de wintertafel. Bespreek in de kring de plaatjes die de kinderen gevonden hebben. Horen ze ook echt bij de winter?
|