Home Onderbouw Rekenen Pasen: Rekenen met paaseieren
|
|
Pasen: Rekenen met paaseieren |
|
|
Inleiding: 
Zet de kinderen in een kring en leg in het midden een groot paasei. Vraag aan de kinderen wat het is. Wie heeft er wel eens een paasei gegeten? Hoe smaakte dat? Hoe zag het er uit? Wat voor soorten paaseieren heb je? (groot, klein, melk, wit, pure chocola, enz.) Leg verschillende soorten paaseieren neer. Welke vinden ze het mooiste? Welke zal het lekkerste smaken?
Kern:
Leg een aantal kleine eitjes neer en vraag een kind ze te tellen. Leg er vervolgens eentje bij. Hoeveel eieren zijn het nu? En als ik er nog eentje bij doe? (de eitjes die erbij gaan kunnen eventueel dezelfde kleur hebben) Hoeveel heb ik er dan bijgedaan? Wie kan er eens uit z'n hoofd 6 eitjes bij tellen. Hoeveel zijn er dan? Deel 6 eitjes uit aan een kind en vraag ze erbij te leggen en vervolgens te tellen of het klopt. Doe hetzelfde met het wegnemen van eitjes. Vraag of kinderen zelf ook een som kunnen bedenken.
Afsluiting:
Zeg tegen de kinderen dat je graag iedereen een paaseitje wil geven. Hoeveel heb je er dan nodig? Wie kan er zoveel tellen? Laat een ander kind de eitjes uitdelen en eet ze gezamenlijk op.
|
|