Home Onderbouw Muziek Pasen: Liedje "De paashaas heeft een mandje"
|
|
Pasen: Liedje "De paashaas heeft een mandje" |
|
|
Inleiding: 
De kinderen zitten in een kring. In het midden staat een mand met eitejs. Één kind vertrekt naar de gang. De andere kinderen verzinnen een verstopplek, waar de mand met eitjes verstopt wordt. Als het kind van de gang terug komt, mag hij/zij de mand gaan zoeken. De andere kinderen geven aanwijzingen, door warm of koud te zeggen. Ze kunnen ook links, rechts, naar voren, naar achteren en opzij als aanwijzingen geven. Dit spelletje wordt een paar keer herhaald. Als variatie kunnen er ook 10 eieren door de leerkracht verstopt worden die een deel van de klas tegelijk gaat zoeken. Wie heeft het eerst een ei gevonden? Of hoe lang doen de kinderen er over om alle 10 de eieren te vinden?
Kern:
De leerkracht leest het liedje: De paashaas heeft een mandje uit "Het grote liedjesboek" van Marianne Busser op bladzijde 91 voor als een gedicht. Vraag de kinderen waar het gedichtje over gaat. Met welke feestdag heeft het liedje te maken? Wat doen de kinderen thuis met pasen? Hoe wordt het gevierd? Dan vertelt de leerkracht dat het gedichtje eigenlijk een liedje is en ze dat gaan leren. De leerkracht zingt het eerst in zijn geheel voor. Daarna zingt de leerkracht de eerste 2 zinnen voor en laat de kinderen het nazingen. Afhankelijk van hoe snel ze het oppikken wordt het een paar keer herhaald, als het goed gaat kunnen ze het alleen zingen. Zo worden ook de volgende regels ingeoefend, net zo lang tot het liedje er goed in zit en de kinderen het alleen kunnen zingen.
Afsluiting:
De kinderen krijgen een werkblad met hierop het liedje. In het vak eronder mogen ze een tekening maken die bij het liedje hoort. De tekeningen kunnen worden opgehangen bij de paastafel.
|
|