Inleiding: 
Knip vooraf voor ieder kind een gekleurd paasei uit karton. Dit mag lekker groot zijn en voorzien van de naam van het kind. Zet in de gymzaal verschillende materialen klaar, maar zorg dat er midden in het lokaal niets staat. Hier moet een kring gemaakt kunnen worden. Het liedje "De Paashaasjes" wordt aangeleerd. Dit kan eventueel in de klas voordat de kinderen naar de gym gaan. Indien de kinderen dit lied al kennen, wordt dit in de gymzaal eenmaal gezongen. Daarna krijgen alle kinderen een gekleurd paasei. Ze mogen dit ergens in de zaal verstoppen. Eventueel kan tijdens het verstoppen muziek gedraaid worden. Als de muziek stopt of de leerkracht in de handen klapt moeten alle kinderen gaan zitten. Vervolgens mogen ze proberen zoveel mogelijk eieren te zoeken. Wie vindt de meeste eieren?
Kern:
De materialen die klaarstaan vormen een parcours. De leerkracht doet voor wat er in het parcours gedaan moet worden. Bijvoorbeeld vanaf een bank met een touw naar de lange mat zwaaien, van daaruit via hoepels naar het wandrek, via het wandrek naar nieuwe hoepels, dan op een matje springen waarachter een kast staat en vanaf de kast weer op een nieuw matje enz. Het handigste is om de materialen zo op te stellen, dat het begin en eindpunt op dezelfde plek zijn. De hazen gaan nu om de beurt hun ei in een korfbalmand aan het einde van het parcours brengen. De eerste keer mogen ze nog gewoon lopen, de tweede keer moeten ze springend als haasjes het parcours afleggen.
Daarna komen de kinderen in het midden van de zaal samen en maken een kring. Het paashaasjeslied wordt gezongen. In de kring ligt een hoepel. De paashaas loopt om de kring, terwijl de kring in tegengestelde richting rondloopt. Op de laatste regel legt de paashaas achter drie kinderen een papieren ei. Die kinderen komen in de kring. De paashaas gaat in de hoepel staan en de drie kinderen pakken de hoepel vast en draaien rond, terwijl we het lied nogmaals zingen. Herhaal dit spel een paar keer.
Afsluiting:
Plak met plakband op de rug van alle kinderen het papieren ei. Één kind is de tikker. In plaats van de kinderen te tikken, probeert de tikker de paaseieren van de rug af te trekken. Alleen hele eieren tellen! Als een kind het paasei kwijt is, mag het naar de kleedkamer om om te kleden. Terug in de klas kunnen de eieren weer worden uitgedeeld. De leerkracht speelt op de blokfluit hoge en lage tonen. De kinderen maken op het ei met potlood of stift een lijn, die omhoog gaat bij een hoge toon en omlaag bij een lage toon. Daarna kunnen ze het verder versieren en kan het worden opgehangen.
|