Home Middenbouw Taal Pasen: Zoek het paaswoordje bij het plaatje
|
|
Pasen: Zoek het paaswoordje bij het plaatje |
|
|
Inleiding: 
Print vooraf het werkblad uit en plak de plaatjes en de woordjes op een stuk karton. Knip ze uit. Geef ieder kind een woordje. Let op dat je de makkelijke woordjes aan de zwakke lezers uitdeelt, de moeilijke woorden aan de sterke lezers. Hang de plaatjes met plakband of magneetjes op het bord. De kinderen moeten hun woordje lezen. Loop de plaatjes langs. Vraag steeds welk kind denkt dat zijn woordje onder het plaatje moet. Er passen meerdere woordjes onder 1 plaatje. Sommige woordjes passen onder meerdere plaatjes.
Kern:
De kinderen krijgen nu een werkblad met woorden en plaatjes. Ook krijgen ze een gekleurd vel papier, schaar en lijm. Ze knippen eerst alle plaatjes uit en plakken die op. Vervolgens knippen ze de woordjes uit en plakken die achter het juiste plaatje. Als ze alle woordjes opgeplakt hebben, kunnen ze de plaatjes inkleuren.
Afsluiting:
Kijk het werkblad samen met de kinderen na. Als dit gebeurd is, krijgen de kinderen een kleurplaat. Ze zoeken zoveel mogelijk woorden die ze aan de achterkant van de kleurplaat kunnen opschrijven. Als ze geen woorden meer weten kunnen ze de kleurplaat in gaan kleuren.
|
|