Home Bovenbouw Beeldende vorming Pasen: Een gevlochten paasmandje
|
|
Pasen: Een gevlochten paasmandje |
|
|
Inleiding: 
Verzamel voor deze les een aantal manden of schalen van gevlochten riet en/of bananenblad. Zet de klas in en kring, met in het midden de verschillende manden. Laat de kinderen ze goed bekijken. Welke vind je het mooiste en waarom? Van welk materiaal zijn de manden gemaakt? Hoe gaat dat in zijn werk? Laat in elk geval aan bod komen dat het om weven gaat. Verduidelijk het eventueel met wat plaatmateriaal van weven en het maken van manden. Wellicht is er in de bibliotheek een diaserie over het maken van manden. Wie weet er in welke landen dit soort manden gemaakt worden. Zouden manden goedkoop zijn of duur en waarom?
Kern:
Nu het bijna pasen is, gaan de kinderen zelf ook een mandje maken. Hier kunnen straks paaseitjes in bewaard worden. Het mandje wordt gevlochten, zodat de kinderen zelf ervaren hoe lastig dat is. Alle kinderen gaan aan hun tafel zitten en krijgen een flink vel papier. Met een passer of iets ronds dat ze kunnen omtrekken, maken ze een rondje, dat is de bodem van hun mandje. Ze mogen natuurlijk ook een vierkant maken. Vervolgens maken ze er omheen nog een veel groter rondje of vierkantje, dat net zoveel centimeters is als ze het mandje hoog willen hebben. Hierin tekenen ze stroken van ongeveer 1 cm breed. Vervolgens krijgen ze een aantal stroken papier in een andere kleur. Deze gaan ze ring voor ring weven door de andere stroken heen. Doe dit eerst voor, want het is lastig voor kinderen die dit nog niet eerder gedaan hebben! Elke strook plakken ze als ze rondgeweven hebben aan elkaar, zodat het geheel goed stevig komt vast te zitten. Als hun mandje hoog genoeg is, maken ze een hengsel. Het mandje moet eerst goed drogen, daarna kan het gevuld worden met stro.
Afsluiting:
De mandjes worden met stro en kleine paaseitjes gevuld. Vervolgens kun je met de kinderen praten over wat ze van het weven vonden. Vond je het moeilijk? Waar liep je tegen aan toen je bezig was? Hoe heb je dat opgelost? Zet de mandjes daarna op de paastafel.
|
|