|
|
|
Pasen: Kuikentje |
|
|
Inleiding: 
Vraag de kinderen of ze weten hoe de kinderen van sommige dieren heten: bijvoorbeeld schaap-lammetje, paard-veulen, koe-kalf, kip-kuiken. Waar komt een kuiken vandaan? (uit een ei) Hoe ziet een kuiken eruit? Laat plaatjes zien en bespreek wat er allemaal aan een kuiken zit: ogen, snavel, pootjes.
Kern: Laat de kinderen een voorbeeld zien van wat ze gaan maken. Geef ieder kind een plat doosje. Uit geel papier knippen ze een voor en een achterkant. (zie plaatje) Daarna verven ze de zijkanten van het doosje geel, of ze beplakken dit met geel papier. Van oranje papier maken ze pootjes en een snavel. En met wit en zwart papier maken ze de oogjes. Ze maken het kuikentje af met oranje veertjes.
Afsluiting:
Zet alle kuikentjes op een rij en bekijk ze met de kinderen. Sluit daarna af met een paasliedje of een kleurplaat. Zet de kuikens op de paastafel.
|
|