|
|
|
Lente: Een jong eendje |
|
|
Inleiding: 
Leg één of meerdere veertje(s) in de klas. Doe alsof je heel verbaasd bent als je het vindt. Hoe komt dit nou in de klas? Van wat voor dier zou het kunnen zijn? Praat aan de hand van de dieren die de kinderen noemen over waar die dieren leven. Wat eten ze? Hoe zien hun kleintjes eruit? Wanneer worden die geboren? Vertel dat dit de veertjes van een eendje zijn. Jonge eendjes worden soms al wel in maart geboren. Wat voor watervogels bestaan er? Neem hier platen van mee. En hun jongen, hoe zien die er uit? Laat ook hier platen van zien.
Kern:
De kinderen gaan een eendje knutselen. Ze kiezen zelf uit welk eendje ze gaan maken. Maak in elk geval een voorbeeldje om te laten zien. Elk kind krijgt een wc-rol. Hier knippen ze 2 stukjes vanaf van ongeveer 2 en 1 cm. Ze duwen het grootste rondje een beetje plat, die wordt het lijfje en het kleinste rondje vouwen ze zo dat de ene kant de vorm krijgt van een snaveltje. De beide rondje worden geverfd in wit, geel of een mengsel daarvan. Terwijl dit ligt te drogen, kunnen de kinderen van zwart papier 2 oogjes knippen. Ze kiezen een paar gekleurde veertjes uit die bij de eend van hun keuze past en ze pakken wat gele of witte watten. Als de verf droog is, worden de 2 rondjes op elkaar geplakt. De watten gaan in de rondjes als opvulling, deze moeten wat worden uitgepluist om een donzig effect te krijgen. Ze plakken de oogjes aan de zijkanten op de watten en de veertjes aan het lijfje. Als laatste verven ze met een beetje oranje verf de snavel. Soms kan het nodig zijn het onderste rondje een beetje te verzwaren, omdat het eendje anders omkiept.
Afsluiting:
Leg samen met de kinderen een blauw kleed op een kast of een tafel. Dit is de vijver. Zet de eendjes op het kleed. Laat de kinderen eventueel nog wat waterplanten maken ter versiering. Bespreek vervolgens de les na. Welke waterdieren zijn te herkennen? Kunnen ze de eendjes bij de plaat zetten van hun keuze?
|
|