Home Onderbouw Beeldende vorming Pasen: Een simpel hazenmandje
|
|
Pasen: Een simpel hazenmandje |
|
|
Inleiding: 
Laat alle kinderen een plekje zoeken in de klas. Ze gaan op hun hurken zitten. Op vrolijke muziek mogen ze als haasjes door de klas wippen. Ze moeten daarbij opletten dat ze nergens tegenaan botsen, ook niet tegen elkaar. Varieer door de muziek steeds uit te zetten. Ze moeten dan stil blijven staan. Eventueel kan er ook een soort hazen-stoelendans worden gedaan. Als de muziek stopt moeten ze snel een paasei zoeken die ergens in het lokaal ligt. Wie geen paasei vindt is af. Er worden telkens één of meer eieren tegelijk weggehaalt.
Kern:
De kinderen gaan aan een tafel zitten, waarop een schaar, lijm en bruin papier met een voorbeeld klaarliggen. Ze knippen het haasje uit het bruine papier en plakken hem in elkaar. Het gezichtje wordt erop geplakt met wit en roze papie. Ook het midden van de oortjes wordt opgeplakt.
Afsluiting:
De kinderen krijgen wat stro om in hun mandje te leggen. Ook krijgen ze een klein paaseitje. De mandjes worden op de paastafel neergezet. Als afluiting kunnen de kinderen een paasmemory of -domino doen.
|
|