|
|
|
Zomer: Libelle |
|
|
Inleiding: 
Praat met de kinderen over de zomer. Wat hoort er allemaal bij de zomer? Welke dieren zie je veel? Bijvoorbeeld vlinders, libelles, vogels, enz. Waar zie je libelles vaak? (boven vijvers) Hoe ziet een libelle er uit? Wat is er voor bijzonders als een libelle vliegt? (hij kan lang blijven hangen op één plek) Laat platen zien van een libelle. Vestig de aandacht op de grote ogen, de vleugels (dit zijn er 4), de 6 poten en het lange achterlijf.
Kern:
Geef ieder kind een pollepel. Zet verder verschillende kleuren verf klaar, vloeipapier (voor de vleugels) en gewoon papier. Geef de kinderen de opdracht om van de pollepel een libelle te maken. Ze moeten daarbij goed naar de platen kijken en ervoor zorgen dat in elk geval de ogen, de vleugels, de poten eraan zitten. In kleur kunnen ze varieëren, er zijn namelijk veel verschillende libelles.
Afsluiting:
Leg alle libelles neer in de kring. Pak ook de platen erbij. Zit alles erop en eraan? Kunnen de kinderen de verschillende libelles herkennen? Wat vond je lastig? Hoe heb je dat opgelost? De kinderen kunnen het werkblad maken om te kijken of ze iets over libelles hebben geleerd.
|
|