Home Onderbouw Lezen Dieren: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft.
|
|
Dieren: Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft. |
|
|
Inleiding: 
Neem een nepdrol mee naar school of laat een plaat van een hondendrol zien. Laat dit aan de kinderen zien. Ze zullen gelijk reageren. Vraag of ze weten van welk dier dit is. Hoe weten ze dat?
Kern:
Lees het boek "Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft" van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch voor.
Op een dag landt er op de kop van de bijziende mol een sappige, bruine drol. Hij gaat op zoek naar de dader. Zo ontmoet hij de duif, het paard, de haas, de geit, de koe en het varken. Maar elk van hen ontkent de dader te zijn en bewijst dit met eigengelegde drollen (die er telkens helemaal anders uitzien). Het juiste antwoord wordt hem gegeven door de twee dikke, zwarte bromvliegen en de mol neemt wraak, op zijn eigen manier.
Praat met de kinderen na over het verhaal. Wat was er aan de hand? Wat is een mol voor een dier. Waar woont een mol? Hoe kwam het dat de mol poep op zijn hoofd had? Wie had het uiteindelijk gedaan?
Afsluiting:
Leg de platen van de verschillende dieren neer op de grond. Houd de plaatjes van de verschillende soorten poep in je hand. Laat steeds een plaatje zien. Wie weet er van welk dier deze poep is? Laat de kinderen het plaatje van de poep achter het goede dier leggen.
|
|