Home Bovenbouw Gym Algemeen: Trekken en duwen
|
|
Algemeen: Trekken en duwen |
|
|
Inleiding: 
De klas staat in twee rijen tegenover elkaar opgesteld in het midden van de zaal. De ene leerling pakt de ander bij de pols vast en op een teken van de leerkracht probeert hij of zijn deze naar de andere kant van de zaal te trekken. Wie het eerst met één voet over zijn eigen lijn is, heeft een punt verdiend. Wissel daarna om en laat het andere kind hetzelfde proberen. Herhaal dit vier keer en vraag daarna wie er 2 punten heeft gehaald, wie 1 en wie 0. Vervolgens gaan de kinderen weer in dezelfde 2 rijen staan, maar nu met de ruggen tegen elkaar. Ze proberen nu elkaar naar de andere kant van de zaal te krijgen. Ze moeten opletten dat ze niet achterover vallen. Als ze vallen, moeten ze opnieuw beginnen in het midden van de zaal.
Kern:
Vertel de kinderen dat ze zojuist al even hebben geoefend met duwen en trekken. Nu gaan we het nog moeilijker maken. De kinderen zoeken in tweetallen een plekje in de zaal en gaan daar op 1 been staan. Al hinkelend proberen ze elkaar uit het evenwicht te brengen. Ze mogen beide handen gebruiken. Zet een kind zijn 2e voet op de grond, dan heeft de ander 1 punt. Varieer door de opdracht te herhalen, maar nu moeten de kinderen elkaar op de rug proberen te tikken.
Het volgende spel wordt in groepjes van ongeveer 6 kinderen gespeeld. Ieder groepje maakt een kring met in het midden een matje. De kinderen pakken elkaar vast met de pols-handgreep. Ze proberen elkaar de mat op te duwen of trekken. Komt iemand op de mat terecht, dan is dat kind af en gaat aan de kant zitten.
Afsluiting:
Leg het lange trektouw in het midden in de zaal neer met in het midden een lintje. De klas wordt verdeeld in 4 groepen. Om beurten gaan 2 groepen in visgraatopstelling (dus om en om) aan een kant van het touw staan. Een groep heeft gewonnen als het lintje in het midden eenbepaalde lijn passeert of waneer het achterste kind over de eindlijn gaat.
|
|